Swiss Physics Model 6A

Swiss Physics is een merk dat alweer geruime tijd ter ziele is maar faam oogstte met onder meer de Model 6A eindversterker. Swiss Physics was een merknaam van de Italiaanse ontwerper de heer Del Nobile.

De Model 6A en de bijbehorende voorversterker zijn beide ondergebracht in een eigen houten kast, afgewerkt met een massief houten inleg en zwarte pianolak waardoor het uiterlijk luxe uitstraalt.

Doordat de 6A voor een groot deel in klasse-A opereert, wordt het interieur van de versterker bloedheet. Het onderbrengen van de versterker in een houten omhulling was naar mijn mening dan ook geen slimme keuze. Om de temperatuur enigszins in de hand te houden, heeft Del Nobile mini fans aangebracht. Het nadeel laat zich raden. Bij zachte passages wordt het geruis van de fans al snel storend. Het is echter mogelijk om deze fans te vervangen door een stiller type.

De 6A presteert fenomenaal maar een voorwaarde is wel dat de versterker een revisie heeft ondergaan. Er is een aantal van deze versterkers door mijn handen gegaan en ze klonken alle vóór de revisie anders.

Bij een revisie worden alle elco's vervangen. Doordat de 6A flink heet wordt, holt de kwaliteit van de elco's achteruit. Vervanging na een tiental jaren is dan ook geen overbodige luxe. Voorts worden de vier relais vervangen. Het betreft de luidsprekerrelais en de relais die de voedingstrafo's inschakelen.

Deze revisie is zeer tijdrovend, doordat de versterker erg compact is gebouwd en alles net past. De foto's tonen boekdelen.

De 6A maakt gebruik van een heat pipe koeling, ooit het stokpaardje van Sony en andere Japanse merken. Een met gas gevulde koperen pijp verplaatst de warmte van het ene naar het andere punt. Op deze manier is het mogelijk om de eindtransistoren op een kleine oppervlakte dicht bij elkaar te plaatsen en toch een voldoende koeling te bewerkstelligen. Bij deze versterkers zijn maar liefst drie van zulke heat pipes geïntegreerd in het massieve koellichaam.

Er wordt gebruik gemaakt van complementaire power MOSFETs, de 2SK175 c.q. 2SJ55, die helaas niet meer worden geproduceerd door Hitachi. De verkrijgbaarheid is slecht en de prijzen van deze halfgeleiders zijn zeer hoog.

De MOSFETs zijn op de foto's duidelijk zichtbaar. De 6A maakt gebruik van zes MOSFETs per kanaal, terwijl voorlopers er vier gebruikten.

Er wordt gebruik gemaakt van een volledig gescheiden voeding. Elk kanaal heeft zijn eigen -ingegoten- ringkerntrafo's. Zij bevinden zich in een metalen bak waar ook de bruggelijkrichters in zijn ondergebracht. Niet zo heel erg handig als die eens stuk gaan... De voedingselco's zijn gemonteerd op de printplaten die met het koellichaam zijn verbonden, zo dicht mogelijk bij de eindtransistoren.

Naast de voedingsspanning voor de eindtransistoren is er nog een symmetrische spanning van +120V/ -120V voor de driver stages. Bij MOSFETs moet de voedingsspanning voor de drivers hoger zijn dan die voor de eindtransistoren omdat er nogal wat spanning valt over de ingang van een MOSFET. De hoge spanning wordt afzonderlijk gelijk gericht en afgevlakt door elco's die zich tussen het koellichaam en de trafo's in bevinden.

Het is jammer dat Del Nobile gekozen heeft voor een nogal licht luidsperkerrelais. Naar mijn mening is dit type relais niet op zijn taak berekend. Helaas is vervanging door een ander type geen optie. Dit relais bevat namelijk vier afzonderlijke contacten. Vervanging door andere relais zou een knoeiboel worden. Ik adviseer altijd om een eindversterker alleen in- of uit te schakelen als er geen ingangssignaal wordt aangeboden. Op die manier schakelt het relais altijd stroomloos, waardoor de contacten worden gespaard.

Met een kleine tuimelschakelaar op het front wordt de versterker ingeschakeld. Omdat die niet zo'n grote stroom kan schakelen, worden de trafo's in werkelijkhied geschakeld door twee relais die wederom niet op hun taak zijn berekend. Er is namelijk geen soft start circuit die de inschakelstroom beperkt. De relais contacten krijgen hierdoor heel wat voor hun kiezen. Ook kan het hierdoor gebeuren dat u een gang naar de meterkast moet maken omdat de installatie-automaat zich aangesproken voelt.

Verder niets dan lof. Deze versterker heeft alles onder contrôle en is uiterst muzikaal. Kopen dus, als u er één tegen komt. Wel laten reviseren, anders valt het tegen.

 

 

 

 

 

Swiss Physics Model 5

De Model 5 complementeert de Model 6 eindversterker van Swiss Physics. Deze voorversterker is opgebouwd rond speciaal door Swiss Physics ontwikkelde modules die de ingangstrap van een OpAmp (Operational Amplifier) aan boord hebben. De rest van de discrete OpAmp is samengesteld uit transistoren, die net als de transistoren in de modules zijn ingesteld in klasse-A waardoor de voorversterker behoorlijk warm wordt.

Marantz hanteert een soortgelijke benadering en geeft haar modules de naam HDAM (High Definition AMplifier) mee. Het voordeel van een discreet opgebouwde OpAmp ten opzichte van een geÔntegreerde OpAmp is discutabel. Doordat ik apparatuur van alle leeftijden onder ogen krijg, wordt al snel een lijn van ontwikkeling zichtbaar. Duidelijk is dat door de jaren heen bepaalde topologiŽn populair worden. Niet noodzakelijk omdat de ene beter is dan de andere maar veelal vanuit het oogpunt van marketing. Als de ene fabrikant met iets nieuws komt, kan de andere niet achterblijven.

Zo is er ook een periode geweest dat vrijwel alle Japanse merken teruggrepen op de discrete OpAmp voor hun ontwerpen. De term OpAmp is ontstaan vanuit de computertechniek. De OpAmp is een versterker die werd ontwikkeld voor het uitvoeren van rekenkundige operaties, vandaar de naam operational amplifier of in het Nederlands: operationele versterker. De belangrijkste eis die aan een OpAmp werd gesteld was een zeer hoge versterking, meestal vanaf zo'n 10.000 maal. OpAmps van tegenwoordig hebben een nog veel grotere versterking. Een OpAmp is normaliter altijd een geÔntegreerde schakeling. Ofwel, alle onderdelen van de OpAmp bevinden zich op een chip.

In een later stadium is de industrie OpAmps gaan ontwikkelen die meer geschikt waren voor andere toepassingen dan calculeren, zoals regelen en audio-versterking. Zo is het eigenlijk ook gegaan met de populaire spanningsregelaar-reeks 78XX. De 7805, een 5V-spanningsregelaar, werd oorspronkelijk ontworpen voor computerkaarten maar is nu in elke CD-speler te vinden. Later zijn regelaars met andere spanningen ontwikkeld, zoals de 7815 die een uitgangsspanning van 15V heeft.

Het nadeel van geïntegreerde schakelingen is dat de ontwerper van een apparaat maar weinig invloed heeft op de prestaties van de schakeling. Dat kan een reden zijn waarom ontwerpers zoals Swiss Physics en Marantz ervoor kiezen om de OpAmp discreet op te bouwen, dat wil zeggen met losse componenten. Dit maakt het bijvoorbeeld mogelijk om de transistoren in te stellen in klasse-A. Aan deze keuze zitten ook haken en ogen. Door de wijze van productie is het bij componenten op een chip veel makkelijker om een gewenste gelijkheid te verkijgen. Dit is met name belangrijk voor de differentiŽle ingangsversterker. Ook is een chip implementatie veel compacter wat zeer belangrijk is voor een minimale TransiŽnt Inter Modulatie vervorming (TIM). Deze wordt veroorzaakt door tegenkoppeling, een mechanisme dat bij elke OpAmp noodzakelijk is. Om de TIM zo laag mogelijk te houden, moeten de afzonderlijke versterkertrappen van een OpAmp zo snel mogelijk zijn. Dat geldt ook voor de verbindingen tussen de trappen onderling. Korte signaalpaden zijn dan ook van levensbelang bij een OpAmp met een zeer hoge versterking of bandbreedte. Een discrete OpAmp vormt op dit punt een grote uitdaging.

De modules van Swiss Physics bevatten een super matched dual FET in een cascode schakeling. Dit betekent dat er een component wordt gebruikt waarin twee FETs zijn ondergebracht die zo gelijk mogelijk aan elkaar zijn. Dit is noodzakelijk voor het verkrijgen van een hoge Common Mode Rejection Ratio (CMRR) en een lage offset. Een hoge CMRR geeft aan hoe goed gelijke spanningen op de twee ingangen van een OpAmp worden onderdrukt. De dual FET is in wezen geschakeld als een verschilversterker met twee ingangen (+ en -) en twee uitgangen. Zijn de spanningen op beide ingangen aan elkaar gelijk, dan zijn bij een ideale verschilversterker ook beide uitgangen aan elkaar gelijk en is het spanningsverschil hier tussen gelijk aan nul. Gemeenschappelijke stoorsignalen worden op deze wijze effectief onderdukt (van elkaar afgetrokken).

De offset is een ander belangrijk gegeven. Dit is de gelijkspanning op de uitgang van de OpAmp en die dient zo laag mogelijk te zijn, zeker in het geval van de Swiss Physics waar koppelcondensatoren in de signaalweg ontbreken. Koppelcondensatoren worden normaliter gebruikt om gelijkspanning tegen te houden. Om een zo laag mogelijke offset te verkrijgen is het weer belangrijk dat de twee FETs van de dual FET zo gelijk mogelijk aan elkaar zijn. De onvermijdelijke kleine afwijking wordt weggeregeld met behulp van een meerslagen instelpotmter (blauwe rechthoekige component met schroefje op de foto).

Voor de instelling van de verschilversterker wordt gebruik gemaakt van een ruisarme stroombron met een geringe drift. Een lage drift wil zeggen een kleine stroomvariatie ten gevolgen van temperatuurveranderingen en veroudering. De cascode-schakeling houdt in, dat tussen de dual FET en de voedingsspanning twee transistoren zijn geschakeld. Deze vormen een zogenaamde actieve belasting voor de FETs, wat het voordeel heeft dat ze een hoge virtuele weerstand hebben waardoor de ingangstrap een zeer hoge versterking heeft. Een ander voordeel is, dat de spanning over de FETs gelijk blijft, wat resulteert in een grote mate van lineairiteit en het opheffen van het Miller-effect, een fenomeen dat ik tezijnertijd in de sectie technical information uit de doeken zal doen.

Voor het verkrijgen van een hoge versterking en een voldoende hoge werkstroom maakt Swiss Physics gebruik van een voor een voorversterker hoge voedingsspanning van +65V en -65V. Ook het gebruik van hoge voedingsspanningen in voorversterkers is een trend geweest en werd door onder anderen Accuphase en Luxman toegepast.

De cascode-transistoren, de dual FET en de stroombron alswel de noodzakelijke weerstanden zijn ondergebracht in een module. De rest van de OpAmp bestaat uit een tweede verschilversterker en een uitgangstrap. De modules zijn ingegoten en de bedoeling hiervan laat zich raden. Waarschijnlijk wilde de ontwerper de samenstelling van de inhoud geheim houden. Feit is dat deze constructie niet bevorderlijk is voor de koeling waardoor de temperatuur van de componenten hoog oploopt en hun levensduur wordt bekort. De modules beginnen nu langzaam maar zeker het loodje te leggen. Dit uit zich in een te hoge offset waardoor de beveiliging van de voortrap aanspreekt. De muting relais sluiten dan de uitgangen kort om uw eindversterker en luidsprekers te beschermen. Afhankelijk van de module die defect is, spreekt de beveiliging altijd aan, alleen als u de phono-ingang kiest, alleen indien u het volume ver genoeg opendraait of indien de Phase-schakelaar in een bepaalde stand staat. Mogelijk maakt de versterker ook plop- of kraakgeluiden. Als deze klachten zich voordoen, kunt u er van uitgaan dat alle modules moeten worden vervangen want vroeger of later gaan ze allemaal stuk.

Omdat Swiss Physics al lang ter ziele is en de modules niet meer verkrijgbaar zijn, heeft the audio clinic zelf de productie van de modules ter hand genomen. Er wordt gebruik gemaakt van de originele onderdelen maar de modules worden niet ingegoten. Dit heeft het voordeel dat de temperatuur van de onderdelen niet meer hoog oploopt en de levensduur aanzienlijk wordt verlengd.

Naast de modules is ook de voeding van de Model 5 een zwak punt. De voedingselco's dienen vervangen te worden, mede vanwege het feit dat de voedingsspanning te hoog oploopt door defecte componenten in de voeding. Een complete revisie van uw Model 5 voeren wij graag uit. Informeert u zich over de mogelijkheden en prijzen.

 

 

 

 

Proceed Pre - vervanging van lekkende elco's

Proceed was een merknaam van Madrigal Audio Laboratories, dat ook verantwoordelijk is voor de Mark Levinson producten. Helaas heeft Madrigal geen gelukkige keuze gemaakt voor wat betreft de elco's die zij toepassen in hun Proceed en Mark Levinson apparatuur. Met name de elco-fabrikanten Nippon Chemicon en Sprague zijn vaak te vinden in Madrigals producten en gaan na verloop van tijd lekken.

Nu zijn elco's onderdelen die veelvuldig problemen veroorzaken. Vroeger bleef dat beperkt tot een afname in capaciteit of - zeer zelden- een interne kortsluting. Lekkage kwam vroeger nauwelijks voor.

Door nieuwe productieprocessen zijn de elco's van nu veel kleiner, soms wel een factor 4! Veel meer capaciteit per volume-eenheid dus. Dat heeft helaas ook nadelen. Zo is de koeling minder effectief waardoor de elco's sneller uitdrogen. Dit komt mede doordat de rubber afdichting uitdroogt en gaat lekken. Het elektrolyt druipt dan uit de elco en tast -net zoals bij lekkende batterijen- de omgeving aan. Koperen printsporen worden soms volledig weggevreten!

Voorgaande komt veelvuldig voor bij Madrigal producten! Doordat het elektrolyt geleidt, veroorzaakt het ook direct allerlei storingen. Bevinden de lekkende elco's zich in de voeding van een digitaal circuit, dan kunnen de meest vreemde klachten ontstaan. Het is daarom aan te raden om Madrigal producten ouder dan 5 jaar na te laten kijken alvorens het elektrolyt teveel schade aanricht.

Een Proceed Pre, waarvan hiernaast de foto's zijn afgebeeld, heeft gegarandeerd lekkende elco's. Bij dit exemplaar waren de printsporen rond de voedingselco's aangetast. In zo'n geval dient al het elektrolyt te worden verwijderd. Hiertoe wordt het koper kaal gemaakt en vervolgens vertind om verdere schade tegen te gaan. Op de detail foto zijn de vertinde sporen duidelijk te herkennen.

Ook de kleinere elco's vertoonden lekkage. Daarom zijn alle elco's van deze voorversterker vervangen.

Om de kans op lekkage in de toekomst te verkleinen, gebruiken wij uitsluitend elco's met een werktemperatuur van ten minste 125°C (in plaats van de gebruikelijke 85°C). Deze zijn iets groter en duurder maar hebben naast een langere levensduur nog andere voordelen.

 

 

 

 

 

 

 

Sansui AU-D11 - revisie

De AU-D11 is één van de betere versterkers die Sansui gemaakt heeft. Nog steeds zijn er liefhebbers van de oude Sansui apparatuur. Apparatuur die destijds financieel onbereikbaar was, komt nu tegen aantrekkelijke prijzen op de markt. Realiseert u zich goed dat deze apparaten eerder werden afgedankt en op zolder of in een schuur in een hoekje werden gezet. Bij de opkomst van de tweedehands sites op internet, bleken deze spullen nog geld waard te zijn en werden de afgedankte apparaten uit het stof gehaald. De eigenaar is zich dan niet meer bewust van de gebreken en doet hier dan ook geen melding van. De kans is groot dat u een kat in de zak koopt!

Soms worden gebreken wel vermeld of staat er in de advertentie "defect maar door een handige klusser makkelijk te verhelpen". Laat u zich niet verleiden, reparatie van apparatuur op leeftijd is altijd kostbaar.

De technische staat van apparatuur op leeftijd is bedroevend te noemen. Het verhelpen van een storing zonder ook een revisie uit te voeren, is wachten op problemen. Binnen een onafzienbare tijd treedt meestal een ander probleem op. Ook komt het voor dat alleen al door het verwijderen van de kap er torsie optreedt, waardoor slechte soldeerverbindingen breken en voor nieuwe storingen zorgen.

Waarom staat dan toch de Sansui AU-D11 in deze rubriek? Om u te ontmoedigen! Van deze versterker werden alle elco's vervangen. Een groot gedeelte hiervan is verouderd. Het is dan het voordeligst om alle elco's te vervangen in plaats van het maken van een selectie. Bovendien is het verouderingsproces van de elco's die nog wel goed meten onvoorspelbaar.

Bij vervanging van de voedingselco's werd geconstateerd dat de transistoren van de gestabiliseerde voeding te sterk verlopen waren. Bij transistoren die voortdurend heet worden, treedt na verloop van tijd verlies op van de stroomversterkingsfactor. Daarom werden ook deze transistoren vervangen.

De kwaliteit van de soldeerverbindingen van deze Sansui apparatuur was af-fabriek al slecht maar na vele jaren stress door opwarmende en afkoelende onderdelen, is het echt een drama. Ruis, gekraak en, bij sommige ontwerpen, opgeblazen eindtransistoren zijn het resultaat. Daardoor moest bij de AU-D11 alles uit elkaar voor inspectie. Ongeveer 80% van de soldeerverbindingen moest worden hersteld!

Voorts werden alle schakelaars en regelaars gereinigd. Alles bij elkaar een tijdrovende klus die geen enkele technicus met open armen ontvangt. Om u een idee te geven ziet u hiernaast de foto's van het binnenwerk en de hoop onderdelen die zijn vervangen.

Bedenkt u zich tweemaal voordat u het apparaat uit uw jongensdroom aanschaft!

 

 

TEAC VRDS-10

Deze CD-spler maakt gebruik van het door TEAC ontwikkelde Vibration free Rigid Disc clamping System. Bij dit systeem wordt de CD over de gehele bovenkant bedekt door een schijf die middels een borstelloze motor direct de CD aandrijft. De motor hangt hierbij op zijn kop. De CD wordt aan de onderkant ondersteund door een spindel die bij open lade naar beneden zakt.

De filosofie hierachter is dat er geen trillingen in de CD kunnen ontstaan doordat de schijf de CD dempt. Bij de VRDS-10 betreft het een aluminium schijf maar er bestaat ook een groene plastic variant. De laatste werd veelvuldig gebruikt door OEM zoals Wadia en Mark Levinson.

De laser unit wordt bij de VRDS-10 niet aangedreven door een normale motor en tandwielen maar door een zogenaamde lineaire motor. Dit magnetische aandrijvingssysteem is te vergelijken met een mono-rail trein. Aan beide kanten van de laser unit bevinden zich spoelen die zich in een magneetveld bewegen en zo de laser unit verplaatsen. De lange magneten zijn duidelijk op de foto van het loopwerk te zien. TEAC is niet de enige die dit principe in CD-spelers toepast. Denon, Kenwood en Sansui maakten ook gebruik van deze methode.

Door toepassing van het mono-rail systeem kan de laser unit zich nauwkeuriger en sneller verplaatsen. De speler kan hierdoor snel van de eerste naar de laatste track springen, alhoewel de relatief zware aluminium schijf dit proces vertraagt. Immers, de rotatiesnelheid van de CD varieert afhankelijk van de actieve track.

Het lezen van de TOC (inhoudsopgave van de CD) gaat trager dan bij conventionele spelers omdat de aluminium schijf eerst op snelheid moet komen.

VRDS-10 spelers van deze leeftijd hebben een algehele revisie nodig als die niet reeds is uitgevoerd. Hierbij moeten de snaren, de laser unit en de plastic lagerschaal worden vervangen. Tevens moeten de solderingen van de DAC-print en de servo print worden nagekeken en zonodig hersteld. Ervaring leert dat tenminste 30% van de solderingen opnieuw moet worden gesoldeerd. Tevens heeft TEAC op de DAC-print een weerstand gebruikt met een te laag vermogen waardoor deze er verbrand uitziet. Standaard vervangen wij die dan ook door een weerstand met een hoger vermogen.

De foto's van de printen laten duidelijk zien dat TEAC serieus te werk is gegaan. Zo heeft men gebruik gemaakt van bus bars voor de voedingsspanning en de massa en worden chips afgeschermd door middel van koperen stroken. Per kanaal wordt gebruik gemaakt van een eigen converter.

Klik hier voor een grotere foto  Klik hier voor een grotere foto

Links de DAC print met de eigen voeding en de met koperen strips afgeschermde chips. Rechts de servo en control PCB welke het CD-transport en de rest van de speler aanstuurt. Deze printplaat geeft ook onderdak aan de clock.

 

Mark Levinson No. 332

De 332 is de middelste telg uit de 33-familie van Mark Levinson. Zo zijn er nog de 331 en 333. Het laatste cijfer refereert aan het maximale vermogen per kanaal van respectievelijk 100W (331), 200W (332) en 300W (333). Alle modellen hebben dezelfde mechanische en elektronische architectuur. De verschillen zitten in het vermogen van de transformatoren en het aantal eindtransistoren.

De twee plaatjes hieronder laten het power board zien dat op het koellichaam is gemonteerd. Aan de andere kant bevinden zich de eindtransistoren. Duidelijk is te zien, dat er nog plaats is voor meer eindtransistoren. De benodigde gaten in het koellichaam en de printplaat zijn reeds aanwezig.

Klik hier voor het album  Klik hier voor het album

De eindtransistoren zijn zorgvuldig gepaard. Bij vervanging dient eenzelfde selectieprocedure gevolgd te worden. Let op de complexiteit van de schakeling. Mind you, dit is slechts de helft van de schakeling. De andere helft bevindt zich op een liggende printplaat aan de bovenkant van de versterker en is middels een connector verbonden met het power board. De constructie van de 332 is zeer compact en slim, zoals op onderstaande foto's is te zien. Dit was niet mogelijk geweest zonder Computer Aided Design, alles moet namelijk precies in elkaar passen.

Klik hier voor het album  Klik hier voor het album

De foto's tonen de onderkant van de versterker. De beide power boards zijn door middel van connectoren verbonden met de zichtbare printplaat die de contrôle-elektronica en de voeding huisvesten. Let op de enorme voedingstrafo's en bekerelco's. De laatste hebben een capaciteit van 50.000uF en een werkspanning van meer dan 100V! De spanning binnen in de versterker is dan ook levensgevaarlijk en de massieve elco's moeten ontladen worden voordat er gesleuteld wordt!

Bij deze versterker had de eigenaar de aluminium voeten verwijderd, zodat de versterker beter in de kast pastte. Later wilde hij ze weer monteren maar gebruikte daarvoor te lange boutjes waardoor de kast kortsluiting maakte met de voedingsstrips die duidelijk op de foto zichtbaar zijn. Hierdoor brandden de soft-start weerstanden door. Op de foto hieronder is het soft start circuit te zien met de witte relais. De drie vermogensweerstanden ontbreken op de foto.

Klik hier voor het album

Bij versterkers met een zware voeding is een soft-start onontbeerlijk. Bij het inschakelen gaat er anders een veel te grote stroom lopen waardoor de automaten in de meterkast aanspreken. De grote stroom wordt veroorzaakt doordat het magneetveld van de trafo's nog moet worden opgebouwd en doordat de voedingselco's worden opgeladen. De primaire wikkeling van een trafo heeft een zeer lage Ohmse (gelijkstroom-) weerstand. Voor een netfrequentie van 50Hz heeft de trafo een veel hogere weerstand door de inductiviteit van de primaire wikkeling. Hoe hoger die inductiviteit, des te hoger de wisselstroomweerstand. Door het kernmateriaal van de trafo wordt de inductiviteit verhoogd maar dit gaat alleen op als het magneetveld reeds aanwezig is.

Het soft-start circuit zorgt er voor dat de trafo een fractie van een seconde via een weerstand op het net wordt geschakeld. Daarna sluiten relais de weerstand kort. Is de weerstand doorgebrand, dan functioneert de soft-start niet meer en is een gang naar de meterkast noodzakelijk.

Bij deze versterker was door de kortsluiting ook nog een spoortje aan de onderkant van de printplaat doorgebrand, waardoor de versterker geheel uit elkaar moest. Dit is een zeer tijdrovende klus.

Op de foto zijn ook nog de vier liggende blauwe elco's te zien die samen met een aantal weerstanden en bruggelijkrichters een DC-cancellation circuit vormen met als doel het opheffen van een gelijkspanning die op het net staat. Door gelijkspanning zou de trafokern in verzadiging kunnen raken, waardoor de regulatie verslechtert en de trafo kan gaan brommen.

 

Swiss Physics Model 6A interieur

Interieur van de Model 6A


Swiss Physics Model 6A Power Module boven

Het koellichaam met de eindtransistoren en de voedingselco's. De connectoren zijn bedoeld voor de opsteekprinten die de drivers en ingangstrap bevatten


Swiss Physics Model 6A Power Module onder

De overige eindtransistoren en elco's bevinden zich aan de onderkant


Swiss Physics Model 6A scrap heap

Wellicht op te halen door de kringloopwinkel?

 

 

Swiss Physics Model 5 front

Het gedistingeerde voorkomen van de Model 5

 

Swiss Physics Model 5 achterkant

Meer dan voldoende aansluitingen....

 

Module printplaat

Printplaat van de door the audio clinic gefabriceerde module

 

Swiss Physics Model 5 interieur

Interieur van de Swiss Physics Model 5 voorversterker met de nieuwe modules

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Proceed Pre
Proceed Pre

Klik hier voor een grotere foto

Voeding na verwijdering van de elco's en het
elektrolyt. De aangetaste sporen zijn gepolijst
en vertind

Klik hier voor een grotere foto

De hoofdprint met de kleinere elco's die reeds zijn vervangen

 

 


Sansui AU-D11

Exploded view

Hoopje elco's

 

 

TEAC VRDS-10 front

Het chique uiterlijk van de VRDS-10

Klik hier voor een grotere foto

VRDS transport zonder de aluminium schijf. Links
en rechts van de laser unit zijn de magneten te
zien. De spindel wordt naar boven en beneden
bewogen door middel van de motor rechts onder

Aluminium schijf

Aluminium aandrijvingsschijf






Mark Levinson No. 332

Een charmant voorkomen

K.v.K. nr. 371 395 37   © 2008 the audio clinic
laatst bijgewerkt: 171208